Ga naar de hoofdinhoud
Winkelwagen
Posted by Anne Gerbrandsover 4 years ago

Wanneer gebruik je de korte of lange ankertheorie?

wapening,beton,stekken,verlijmen

1.7K

In het verleden werd het onderscheid gemaakt tussen korte verankeringsdieptes en langere ankers bij een begrenzing van 20x  de diameter van de ankerstang. Kortere verankeringsdieptes dan 20x diameter waren korte ankers en konden met de toenmalige CUR-Aanbeveling 25 worden berekend. Langere ankers werden berekend met de wapeningstheorie. Deze grens aan de verankeringsdiepte is echter geen goed criterium voor dit onderscheid. Een veel belangrijkere vraag is: Waar gaat de uiteindelijke trekkracht op het anker naar toe en hoe wordt deze verder in de constructie opgenomen?  
 
Leestijd ca. 15 min.

Trek op ankers  
Voor een situatie met trek op ankers is een voorbeeld opgesteld. Stel: men moet bepalen wat de maximale treklast is die kan worden opgenomen in een ongewapende constructie, zoals geschetst in figuur 1. Men kan dit uitrekenen met de korte ankertheorie. Hierbij zullen de randafstanden een maatgevende rol spelen. Door de randbreuk zal dit anker een lagere treksterkte op kunnen nemen.  
 

 

Figuur 1 

 

Nu dezelfde situatie waarbij het anker op 30 x diameter wordt geplaatst, zie figuur 2. Het bezwijkmechanisme zal exact hetzelfde zijn, alleen dan op een lagere hoogte in de constructie. De op te nemen last zal hier ondanks de diepere verlijming gelijk zijn door de randafstanden.  

 

Figuur 2 

 

Tot slot staat er in figuur 3 een voorbeeld waar zich een wapeningsstek in elke hoek van de balk bevindt. De treksterkte van dit lijmanker zal in dit geval hoger zijn, immers wordt de betonkegel “vastgehouden” door de wapeningsstaven in de kolom. De toetsing van dit “vasthouden van de betonkegel” wordt o.a. verricht door het maken van een overlappingslasberekening van de ingelijmde staaf met de aanwezige wapening in de hoeken van de constructie. Het is goed voor te stellen dat bij kortere ankers deze overlappingslengte niet wordt behaald en men dus dieper zal moeten verlijmen.  

 

Figuur 3 

 

 

Afschuiving op stekken  
Ingelijmde stekken berekend als wapening voor het verbinden van beton met beton nemen zelf geen afschuiving op. De afschuiving wordt opgenomen door het vormen van een drukdiagonaal door het aansluitvlak heen, zie figuur 4.  
 

 

Figuur 4 

 

Deze drukdiagonaal kan zich vormen doordat het aansluitvlak ter plaatsen van de stortnaad ruw is gemaakt. De drukdiagonaal kan ontbonden worden in een trekkracht die weer opgeteld kan worden bij een eventuele zuivere trekkracht op het aansluitende deel. Dus de afschuiving wordt als ontbonden treklast opgenomen door de ingelijmde wapening.  
Natuurlijk kan de ingelijmde stek wel afschuiving opnemen, maar deze werkt pas als de stek ook vervormt en er dus scheurvorming in het aansluitvlak heeft plaatsgevonden. Indien dit geaccepteerd wordt, kan zuivere afschuiving (en trek) worden berekend met de korte ankertheorie. Vaak geldt echter een zekere scheurwijdtecontrole en verdient dit niet de voorkeur.  
Voor het bevestigen van staalconstructies die onder afschuiving worden belast, dient per definitie met de korte ankertheorie te worden gerekend. De optredende treklast kan in dit geval, onder bepaalde voorwaarden, nog wel met wapeningstheorie worden berekend. 
 
Conclusie 
De voorgaande voorbeelden geven aan dat:  
1. De vuistregel van het onderscheid van korte betonankers en ingelijmde wapeningstekken van 20 x diameter geen basis heeft.  
2. Men zal ten allen tijde moeten nagaan hoe de krachtswerking verloopt van de optredende lasten op het anker.  
3. Een anker met een afschuiflast vanuit een staalconstructie is per definitie een kort anker.  

Vond je het artikel leuk?  
Beoordeel het dan met een duim omhoog. Dit zal ons helpen om verdere relevante onderwerpen te identificeren.  
  
Selectie van links naar de onderwerpen: 
Contact Hilti 
Technisch handboek voor bevestigingstechniek voor de bouw en civiel

No comments yet

Be the first to comment on this article!